Orpheus in de Dessa is geschreven door Augusta de Wit die zelf haar jeugd doorbracht in Nederlands-Indië. Deze link leidt u naar een biografie over haar.
Voor het vak geschiedenis hebben Yildiz Cincil en ikzelf een presentatie gehouden over dit boek. Wij hebben onderzoek gedaan naar de achtergrond van de auteur en de boodschappen die zij met dit boek wilde overbrengen.
Wat het boek zo bijzonder maakt
Dit verhaal is zo bijzonder omdat het een protest was tegen het Nederlandse bestuurssysteem in Nederlands-Indië. Omdat Nederland tussen de overblijfselen van het cultuurstelsel en hervormingen hing, legt juist dit boek de nadruk op het verbeteren van de leefomstandigheden van de inlandse bevolking en op een goede samenwerking tussen de Nederlanders en de inlanders.
Rond 1830 werd het cultuurstelsel ingevoerd in Nederlands-Indië. Dit stelsel werd aangehouden tot 1870. Het hield in dat inlanders 20% van hun grond moesten gebruiken voor producten die op de Europese markt verkocht zouden worden: denk aan koffie, indigo, thee en rietsuiker. Deze producten werden dan door de Nederlansche Handel-Maatschappij verkocht. De inlanders leden hieronder omdat het systeem werd misbruikt. Een ander literatuurwerk dan Orpheus in de Dessa heeft ook kritiek op dit systeem: de bekende roman Max Havelaar. Dit boek speelde ook een rol in de afschaffing van het cultuurstelsel. Al vanaf 1848 kwam er protest tegen dit stelsel: de inlanders leden onder het stelsel en de kolonie moest opener worden voor particulier bezit. Dit had temaken met het opkomende liberalisme. Het cultuurstelsel werd in 1870 afgeschaft maar het stelsel moest wel blijven op de belangrijkste producten die werden verhandeld: koffie en thee.
In het laatste decenna van de 19e eeuw werd het Nederlands-Indische rijk nog meer vergroot doordat men op expedities ging en andere eilanden Nederlands bezit werden. Voorbeelden hiervan zijn Atjeh, heel Sumatra en Celebes.
Door de opening van het Suezkanaal in 1869 kwamen nog meer Nederlanders naar de kolonie. Men zag in dat het handelen in grondstoffen een enorme winst was en het idee ontstond dat de inheemse bevolking minderwaardig was.
Ondanks deze opvatting ontstond er een verantwoordelijkheidsgevoel tegenover de inlandse bevolking. Door Nederlandse cultuur en omgangsvormen in te voeren dacht men dat dit een goede oplossing was om de inheemse bevolking te helpen. Zo werd irrigatie emigratie en educatie aangehouden in het nieuwe stelsel: ethische politiek. Dit is een heel belangrijk deel in de geschiedenis van Nederlands-Indië omdat de meningen nogal verdeeld waren over de efficiëntie van de invoering en uitvoering van dit systeem. De Nederlanders wilden van het land een beschaafde natie maken en probeerden doormiddel van het verbeteren van immigratie emigratie en educatie de bevolking wat meer op te leiden en het land welvarender te maken. Dit komt mede door de roman Max Havelaar. Dit stelsel werd ingevoerd in rond het jaar 1900.
In 1903 werd het boek uitgegeven. Nadat het boek was gepubliceerd is in de kolonie het ethisch politieke stelsel verder uitgevoerd. Wegen werden aangepast en aangelegd, er kwam voorlichting over landbouw en visserij, mensen werden verhuisd door heel Nederlands-Indië om niet één dichtbevolkt eiland te hebben maar meerdere bevolkte eilanden waar wederom weer hard gewerkt moest worden en kinderen mochten naar school gaan. Het resultaat waar Nederland naar uitkeek liet wel een paar decennia op zich wachten maar het idee was er en Nederland wilde ook echt dit stelsel aanhouden. Ondertussen begon een gevoel van nationalisme op te komen onder een aantal Indonesiërs. Dit werd afgekapt door Nederland maar uiteindelijk kon in 1949 Nederland niets anders dan de kolonie onafhankelijk verklaren. Dit deel van de geschiedenis is niet relevant om uit te leggen omdat het niets te maken heeft met het moraal van het verhaal.
Het moraal van het verhaal
Omdat Augusta de Wit zelf een groot deel van haar leven in Nederlands-Indië leefde had ze veel liefde voor het Indische volk en was ze erg begaan met hun lot. In dit boek komt die liefde ook naar voren, omdat er veel ethische aspecten in voorkomen.
Als je dieper nadenkt over dit moraal dan bekijk je het meer algemeen. Wij hebben dit ook gedaan en er wordt in het boek vooral kritiek geuit op het feit dat Nederlanders de Indonesiërs niet goed behandelden en zij alleen maar dachten aan de winsten voor het moederland. Het woord schuldgevoel zal veel herhaald worden in dit verslag omdat Nederland een schuldgevoel gaat krijgen tegenover de inlanders omdat zij slecht werden behandeld en zij amper zelf rond konden komen terwijl het moederland barstte van het geld door alle winsten die zij maakten van producten die in de kolonie werden verbouwd.
Er zit ook een scherpe tegenstelling in het verhaal: het verschil tussen de oosterse levenshoudingen en het Westerse materialisme. Dit wordt door de jongen Si-Bengkok en Nederlandse ingenieur Bake uitgebeeld. Augusta wilde dat de mensen meer om anderen gingen geven en dat ze niet alleen aan zichzelf dachten. Dit paste erg in de ideeën van de ethische politiek die Nederland in die tijd in Indië aanhield. Tijdens de Ethische Politiek werd geprobeerd deze tegenstelling te verminderen. Er kwam een sociale wetgeving, waar Augusta de Wit een grote voorstander van was en het drong door tot Nederland dat de Javaanse bevolking in misère leefde. Er werd een welvaartsbeleid opgezet, de beroemde ‘Irrigatie, emigratie, educatie.’ Nederland had een zedelijke roeping om de welvaart en zelfstandigheid van de Indonesische bevolking te bevorderen.

